Voor het eerst in onze tijd samen is het moment daar: een citytrip! Voor een weekendje Ardennen of Moezel draaien we ons hand niet om, maar dit was er nog niet van gekomen. Het eerste weekend van maart ’19 staat in het teken van sightseeën, sightseeën en sightseeën.
Met de tram tot aan Princes Street
Op vrijdagochtend stappen we uit de tram op Princes Street: de brede straat die Old Town en New Town van elkaar scheidt. Oja, even de klok een uurtje achteruit draaien. Princes Street heeft niets te maken met prinsessen, maar het werd vernoemd naar de zoons van de Koning. Alleen de noordkant van de straat is bebouwd, zodat er vanuit overal een spectaculair zicht is op het kasteel. Dankzij onze beperkte bagage kunnen we meteen de stad in, zonder eerst langs ons appartementje te gaan.
Voor de zekerheid reserveerden we vooraf een lunchtafel voor twee bij een restaurant in de wijk West End. Er is nog tijd genoeg, dus we wandelen eerst door de West Princes Street Gardens steil omhoog richting Old Town. Het uitzicht vanuit Edinburgh Castle is fantastisch, een goede plek om je te oriënteren. We staan verbaasd van de grote hoogteverschillen in de stad. Als je over een muurtje kijkt zie je opeens dat de volgende straat drie niveaus later ligt!
In het kasteel komen we erachter dat het grootste gedeelte uit de 17de eeuw stamt en dat het kasteel voor het laatst werd aangevallen in 1745. We spotten er ook onze eerste doedelzakspeler, velen zouden nog volgen…
Niet veel vermaak op Festival Square
We wandelen verder en bereiken via de Upper Bow en de gezellig Victoria Street de Grassmarket. Het is hier geen schande om al vroeg op een terrasje aan een Pint lager of Guinness te beginnen! Langs Festival square waar veel theaters gevestigd zijn zoals de grote Usher Hall (maar waar eigenlijk op straat maar weinig moois te zien is) bereiken we onze lunchplek. Oei… de waiters zijn erg gestresst, we zijn een kwartiertje te vroeg gearriveerd en moeten in een soort lounge wachten tot we aan tafel mogen. In de tussentijd kunnen ze ons wel een fles plat water aanbieden. Als we even opstaan om rond te kijken, komt er meteen iemand aangesneld. Nee nee, hier wachten. Omdat ik juist zin heb in een relaxte vakantiesfeer besluiten we de gestresste obers maar alleen te laten. Vijf minuten later zitten we aan een gezellig tafeltje aan het raam in de Vesta bar. Hier had ik zin in!! De restaurants bieden hier trouwens goedkope 2- en 3-gangenmenu’s aan voor de lunch.

Rust en ruimte op de Water of Leith Walkway
Omdat het zo’n mooi weer is kiezen we ervoor om de Water of Leith Walkway te volgen tot in havendorpje Leith. Dit was vroeger de grote haven van Schotland. Moeilijk te geloven als je de smalle haveningang ziet, maar het douanehuis en het Signal House herinneren nog aan de bedrijvigheid in de haven. We eindigen bij de Newhaven Lighthouse en duiken daarna onze eerste pub in: The Harbour Inn. Lode begint er aan zijn ‘bucketlist’ van eten/drinken en bestelt een Guinness en ik volg met een lokaal bruin biertje. Het is er gezellig vol met locals en de man bij wie we aan tafel zijn gaan zitten vertelt dat hij daar alleen maar zit omdat er geen plek meer is aan de toog. Vervolgens vertelt hij over zijn jeugd ten noorden van Inverness, zijn werkperiodes in Arnhem, Den Haag, Rotterdam en Antwerpen, zijn dochter en zijn ex en over het leven in Edinburgh. We nemen afscheid van hem nadat hij nog enkele tips heeft gegeven voor bars waar je live muziek kunt gaan luisteren: the Captain’s Bar, the Royal Oak, Sandy Bell’s en Central Bar waren zijn beste tips. En we hebben het geweten! Wat een goede tips.


Food & folk
Door de residentiële wijken wandelen we terug naar New Town om wat te gaan eten. We hebben onze kilometers wel gemaakt vandaag! Bij toeval komen we terecht in The Roseship, een gezellig restaurantje met opvallend veel stelletjes. Lode vervolgt zijn ‘bucketlist’ van Schots eten/drinken en bestelt als voorgerecht het typisch schotse haggis (schapenorganen vermengd met kruiden). Nieuwsgierig gemaakt neem ik als hoofdgerecht de vegetarische variant van ‘haggis, neeps and tatties’ oftewel vegetarische haggis, koolraappuree en aardappelpuree. Wauw, dat vulde.
Moe maar voldaan zijn we het erover eens dat we om 22u nog niet naar ons bed kunnen. We togen dus weer bergop richting Old Town en zoeken the Captain’s Bar op. Daar zit een koppel te spelen en zingen: harmonica en gitaar. Heerlijk. Helaas gaat bij ons na 1 pint het licht uit… We wandelen lekker makkelijk bergaf richting Stockbridge waar ons appartementje ligt.

Op zoek naar scones, high tea en thee met melk
De volgende ochtend beseffen we dat er geen koffiezetapparaat in huis is. We zien ons dus gedwongen om de straat op te gaan en een leuke bar te zoeken voor ontbijt. Die vinden we uiteindelijk pas drie kwartier stappen. We kwamen wel dingen tegen hoor, maar we zochten weer iets met een gezellige sfeer 😉 We vonden het in St. Giles café tegenover de kathedraal. Tijd voor the next things on our food & drink bucket list: porridge & milk tea. Wat een topontbijt!
Met de ANWB over The Royal Mile
Na het ontbijt wandelen we de toeristische Royal Mile af tot aan Holyrood Palace. Ik ben vorig jaar fan geworden van de bibliotheek Permeke en ook nu heb ik er weer geluk: ik vond er een ANWB reisgidsje uit 2017 waarin uitgebreid beschreven staat hoe deze lange straat uiteenvalt in verschillende delen, met ieder een andere historie. Van de textielindustrie, de bierbrouwers, het parlement, het gerecht, de bibliotheek en de kathedraal, alles leek zich vroeger af te spelen op de Royal Mile en de smalle straatjes, de closes, eromheen. De smalle straatjes hebben hun charme niet verloren, wat heerlijk om de smalste steegjes in te kunnen gaan en nooit een doodlopend straatje tegen te komen.

Uitwaaien op Arthur’s Seat
Aan het eind van de Royal Mile, voorbij de Holyrood Palace zoeken we een rustig bergpaadje op richting Arthur’s Seat. Deze vulkanische berg geeft vanaf het hoogste punt op 251 meter een prachtig uitzicht op de stad, het kasteel en de waterweg Firth of Forth. We wandelen er tussen de gele bloemetjes van de gaspeldoorn. In Nederland komt de plant bijna niet voor, maar de berg van Arthur’s Seat is er volledig mee bedekt! Via een heleboel traptreden komen we boven aan. We zijn niet alleen, maar de harde wind overstemt het geluid van de toeristen en zorgt ervoor dat niemand echt lang op de top wil blijven. We genieten van het uitzicht en de echte natuur, zo dicht bij de stad. Als je hier woont, kun je wel gaan trailrunnen en trainen voor een hike & fly!
De jacht openen op een high tea
Terug beneden worden we verleid om even in het nieuwe parlement binnen te kijken. Na bijna 3 eeuwen afwezigheid werd in 1998 het Schotse Parlement opnieuw ingevoerd en dit werd gevierd met een nieuw parlementsgebouw, pal tegenover Holyrood Palace. Om binnen te geraken moeten we door een soort vliegveldcontrole: tassen, jassen, riemen afgeven, door de poortjes, en alles weer terug aan. De zittingszaal is vrij te bezoeken, al is er niet meer te zien dan je zou verwachten. Vooral het plafond van de zaal, en de buitenkant van het gebouw, zijn bijzonder. De vormen organisch en de gebruikte materialen heel anders dan de rest van de stad. Architect was de Catalaanse Enric Miralles. Na 10 minuutjes houden we het voor gezien en wandelen we terug via de Royal Mile op zoek naar een plekje om te lunchen of voor een high tea. Want scones staan natuurlijk ook nog op mijn bucketlist deze trip… We vinden onderweg iets anders: Smoov Gelato, met vers gebakken wafels en zelfgemaakt ijs. Jummie! De melk en room komt van de lokale Mossgiel boerderij!
Schuilen voor de storm in het National Museum of Schotland
Na de middag belooft het flink te gaan stormen, dus we besluiten om richting het National Museum te wandelen. Daar besteden we een paar uur aan wetenschappelijke proefjes, stoomlocomotieven, Schotse gebruiken, de bruggen bij Queensferry, de metaalindustrie, mode en opgezette dieren. Alle disciplines zijn ondergebracht in dit enorme gebouw. Ondanks de regen, de gratis entree en de vele families met kinderen was het niet te druk om je te vermaken. Als we echt volledig verzadigd zijn en geen enkele informatiebord of -filmp meer tot ons kunnen nemen, zakken we af richting de Grassmarket om daar bij toeval te belanden in de – naar eigen zeggen – oudste pub van Edinburgh: The White Hart Inn. Volgens een oud document is de Inn geopend in 1516 en volgens de barmannen is er in de kelder nog iets van de oorspronkelijke funderingen te zien. Inmiddels zijn er allerlei mooie literaire verhalen en anekdotes gekoppeld aan de pub.
More folk in Sandy Bell’s
Voor ‘s avonds hebben we gereserveerd in een restaurantje vlakbij de kathedraal. Als we er aankomen blijkt dat ze niets vegetarisch op het menu hebben staan. Jammer, we zoeken iets anders! Uiteindelijk vinden we in The Outsider Restaurant een goed menu, een rustig plekje en een gezellige sfeer… Als we klaar zijn is het weer tijd voor een van de tips van de Schot die we in de Harbour Inn spraken: Sandy Bell’s! Hier is de livemuziek minder ‘aanwezig’ dan in de bar van gisterenavond. Vijf muzikanten zitten in het achterste gedeelte van het café te spelen en zingen, maar als je voorin staat hoor je het niet eens! De sfeer is leuk, heel ongedwongen, je ziet dat de muzikanten het vooral doen omdat ze het zelf leuk vinden. De tip jar die op hun tafeltje staat blijft wel angstvallig leeg in de tijd dat wij er zijn… We houden het twee pintjes vol tot we weer moe maar voldaan richting ons bed wandelen.
Harris tweed op Stockbridge Market
We hebben de afgelopen dagen al zoveel gedaan dat er nog maar een paar dingen op mijn wishlist staan! Ik wil naar de boerenmarkt die iedere zondag wordt gehouden op Stockbridge Market, vlakbij ons appartementje, ik wil de Stockbridge buurt zien, Calton Hill ‘beklimmen’ en scones eten. We beginnen onze dag met een flinke wandeling want het is nog net te vroeg om te gaan ontbijten. De meeste plekjes gaan ‘pas’ om 9:00 uur open. Na een weldadig ontbijtje in The Blue Bear wandelen we een stukje langs de Water of Leith Walkway waar we vrijdag ook zijn geweest. De boerenmarkt bij Stockbridge Market is een mix van gewone marktproducten zoals kaas, vlees en groenten en souvenirs en lokale kunst zoals tweedstoffen tasjes en portemonnees, sieraden en handgemaakte kaarsen en zeepjes. Later op de dag is er ook vers bereid warm eten te krijgen zoals paella maar wij hebben net ons ontbijt achter de kiezen. We wandelen dus verder Stockbridge in dat zoals de boekjes zeggen een heel gezellige wijk is met restaurantjes, lokale winkeltjes en pubs. Een levendige woonwijk.

Het athene van het noorden: Calton Hill
Met een grote omweg wandelen we Calton Hill tegemoet. Onderweg stuiten we op een Tesla winkel met een Model S en een Model X in de showroom, een Powerwall en een Solar roof. Wauw, mooi spul! Het is nog een beetje duur… maar de verkoper benadrukt dat de prijzen echt omlaag komen en dat de Model 3 toch betaalbaar is. Sja, maar die is weer heel klein. We houden het nog even bij onze Fiat Ducato 🙂 Calton Hill is net als Arthur’s Seat en Castle Rock een vulkanisch berg. Op Calton Hill staan gek genoeg allerlei gebouwen in Griekse stijl. Bijnaam van de heuvel is dan ook ‘Athene van het noorden’. Oke, dat is wel wat overdreven. Het grootste gebouw, het National Monument, is niet afgebouwd omdat na enkele jaren de publieke funding was opgedroogd. Sinds 1829 is het in onafgewerkte staat gebleven. Ik vermoed wel dat er enkele renovaties hebben plaatsgevonden, want het statige bouwwerk staat er fris bij. Het meest bijzondere vind ik het Nelson Monument. Bovenop is een tijdbal bevestigd die een keer per dag, stipt om 13:00 uur, naar beneden viel. Tegelijk klonk er een kanonschot. Dit was voor de schippers op de Firth of Forth een methode om hun klokken te kalibreren, zodat ze zeker goed konden navigeren. De tijdbal wordt nog steeds zes dagen in de week gebruikt, maar vanwege de harde wind hebben wij hem niet in werking gezien.
Honkvast onder de kathedraal
Jahoor, wij kunnen binnen een citytrip van drie dagen al vaste gewoontes ontwikkelen. Dus gaan we na Calton Hill terug naar ons ontbijtrestaurant van zaterdagochtend om daar te lunchen met thee en scones. De zon schijnt naar binnen – ik zou hier de hele dag kunnen blijven zitten. Omdat we wel een beetje uitgesighseed zijn besluiten we nog wat natuur op te zoeken en een wandeling te maken. Op het tramtraject tussen het centrum en het vliegveld zien we een klein natuurgebied met nog een riviertje dat slingerend tot aan de kust loopt. Met zes km enkele reis kunnen we dat nog wel doen voordat we rond 17:30 uur terug op het vliegveld moeten zijn. Zo gezegd zo gedaan. Het is een schot in de roos, dit is duidelijk de plek waar de locals naartoe komen om in het weekend even uit te waaien of de hond eens een grote ronde te laten lopen.
Honden uitlaten op het Cammo Estate
Het natuurgebied blijkt een oud landgoed te zijn met de naam Cammo Estate. Eind 17de eeuw woonde er een heer in het landhuis. Verder had hij paardenstallen, een watertoren, een kanaal, bossen en velden op het terrein staan. De overblijfselen zijn nog te zien. We wandelen door en vervolgen het wandelpad langs de River Almond. Ook hier komen we overblijfselen tegen van eerdere eeuwen, zoals oude molens en haventjes waar vroeger de schepen uit Rusland en Noorwegen hun goederen zoals metaal brachten om deze bij de molens te laten bewerken. Bijzonder is dat er vlak voor de kust een eilandje ligt, Cramond Island, dat bij laag water bereikbaar is over land maar bij hoog water onbereikbaar wordt. Er zijn dus maar twee momenten per dag waarop je op en van het eiland kunt. Wij hebben helaas niet de goede timing, dus keren terug richting het tramstation. Bijna terug bij de tram zien we opeens een grote vogel op een boom vlak voor ons. Hij draait zijn hele hoofd, en wordt net op dat moment aangevallen door een kauw. Ze vliegen allebei op, schrikken van ons, en showen dan een heel schouwspel van achtervolgingen. De grote vogel blijkt een prachtige velduil en toont ons ook nog hoe hij in de velden twee keer duikt voordat hij een muisje te pakken heeft. Een mooie afsluiter van een heerlijk weekendje weg.

Achteraf bleek trouwens het betalen met de bankkaart een rib uit het lijf: per transactie kostte dat 2 euro extra! We hebben daar geen moment bij stilgestaan, anders hadden we dat wel anders aangepakt… Hopelijk denken we er de volgende keer aan als we weer in het buitenland zijn.
